Over Rode Wijn en Blote Billen
Geschreven door Vinnie1

Inleiding
Een cache is zo gemaakt. Je legt een doosje van een fotorolletje in de berm van de weg. Je stopt er een rolletje papier in, houdt de GPS er boven en drukt op “mark”. Het gemarkeerde punt publiceer je op internet en voilà: je hebt een geocache. De overlevering leert ons dat Geocaching zo is ontstaan. Alleen vond je op het gemarkeerde punt geen doosje van een fotorolletje maar een blik bonen.
Maar je zult zien dat een cache die zo wordt gelegd korte logjes heeft waarvan de inhoud cynisch of in het ergste geval hatelijk is. Dat komt omdat je tijdens het leggen van de cache de Rode Wijn en de Blote Billen bent vergeten.
Dag 1
De kurk gaat van de fles en de glazen worden ingeschonken. Dag 1 is aangebroken. Je nestelt je in de hoek van een sofa en begint te filosoferen over een geocache. De sofa hoeft niet leeg te zijn, op de eerste dag betekent meer zielen ook meer vreugde. Deze avond komen mogelijk gebieden over de tafel, thema’s en leuke ideeën voor waypoints. Zie je de cache al ontstaan?
“We hebben aspirant leden nodig.” Zegt de ene geocacher.
“Die moeten we dan wel op de proef stellen.” Zegt de andere geocacher.
“Ja, laten we ze op bedevaart sturen.”
“Op een bedevaart moet je afzien en veel knielen.”
“Dat klopt, als we nu de WP´s laag bij de grond hangen.”
“En dat ze moeten schijnen om de coördinaten te kunnen lezen.”
”Dan krijg je schijnende aspiranten, erg heilig.”
“En als we onze orde nu schijnheiligen noemen?”
“Met Anton der Schijn als onze heilige.”
“…”
Na dag 1 heb je een idee voor een cache in een bepaald gebied.
Dag 2
Op de tweede dag ga je het gebied verkennen. Je bent de avond ervoor van de sofa gekomen, hebt een route uitgestippeld en potentiële waypoints gemarkeerd. Meestal ga ik daarna naar bed en blijf de hele nacht woelen tot zonsopgang. Daarom zet ik een cache ’s ochtends uit, ik kan de nacht ervoor toch niet slapen.
Wanneer je de route van voor naar achteren loopt, dan sta je tegen de middag op het laatste punt van de route met je gezicht naar de auto. Dat is mooi, want nu hoef je alleen nog plek te vinden om de einddoos te verstoppen en daarmee de route op een logische manier af te sluiten.
Meestal selecteer ik daarvoor een rustige, liefst afgelegen plek. Zo rustig dat je er – bij wijze van spreken – zonder schaamte je broek kan laten zakken. Want dat is het gevoel dat een loggende geocacher heeft wanneer hij betrapt wordt. En dat is het gevoel dat je wilt voorkomen.
Op deze plek ga je op zoek naar een grote boom, of ander markant punt. Iets waar je direct naartoe loopt ook al heeft je GPS 30 meter afwijking. Druk nu op “mark” want je hebt de plek gevonden waar je de schat gaat verstoppen. Loop nog een paar keer van en naar het punt om te controleren of je steeds goed uit komt. Is dit niet het geval blijf dan langer stilstaan of gebruik op je GPS de optie “Waypoint middelen”. Verlaat de plek pas wanneer je de coördinaten nauwkeurig hebt gemarkeerd.
Wanneer je geen rustige plek vindt, moet je wat creatiever worden. En dat kan op twee manieren. Of je zorgt ervoor dat de geocacher de doos kan meenemen naar de auto. Of je zorgt ervoor dat de cacher met een beetje schijnheilig gedrag een dreuzel (niet geocacher) kan misleiden. Leg je cache bijvoorbeeld in een vogeluitkijkhut. Dan kunnen ze even naar de vogels kijken wanneer ze gestoord worden bij het loggen.
Zo, na dag 2 kun je toestemming vragen.
Dag 3
Je hebt de route verder uitgewerkt en op dag drie zul je daarom wat aanpassingen moeten doen in het veld. Soms heb je op deze dag gezelschap van een boswachter aan wie je uitlegt wat je plannen zijn. Boswachters zijn omkoopbaar, dus TIP: LOOP de cache en neem koffie mee.
Op deze dag controleer je de nauwkeurigheid van de waypoints nog een keer. Houd er daarbij rekening mee dat de satellieten ’s ochtends anders staan dan ’s avonds. Wanneer je ’s ochtends de punten hebt gemarkeerd, doe dan de controle ’s avonds en andersom. Zo kun je bepalen hoeveel afwijking deze nieuwe stand van de satellieten veroorzaakt.
Controleer op deze dag tevens de aanvliegroutes naar de waypoints. Daarmee bedoel ik: ga na hoe de Geocacher loopt, wanneer hij zijn pijl volgt. Als je zorgt dat de aanvliegroutes over wegen, paden en bruggen gaan, dan zal de geocacher minder geneigd zijn over sloten te springen.
Aan het einde van deze dag is de toestemming geregeld en ligt de cache vast op papier. Dus al met al; geen slechte dag die derde dag.
Dag 4
Dit is de DOE-dag. Normaal de dag dat ik tot mijn onderbroek in het water afdaal, en met de kit onder mijn nagels, zo smerig als een varken thuiskom. De dagen ervoor heb je thuis alle ideeën uitgewerkt en is de webpagina voor Geocaching.com klaar. Net zoals de aluminium plaatjes en andere huisvlijt. Vandaag ga je ze plaatsen zoals je op dag 3 hebt besproken met de boswachter.
Hoe intensief de DOE-dag is, is natuurlijk afhankelijk van de afspraken die je hebt gemaakt met de grondeigenaar en jouw creativiteit. Maar mag ik je twee tips geven?
1) Laat de plastic zak thuis! Wikkel je schoonmoeder in zo’n ding, maar alsjeblieft geen geocache! Ze worden vies, smerig en dieren knagen eraan en worden ziek. Zorg dat de doos op zichzelf al waterdicht en stootvast is.
2) Zorg ervoor dat de cache er ONGEVAARLIJK uitziet. Het is namelijk al een paar keer gebeurd dat politie en leger zijn uitgerukt vanwege een “verdacht pakketje” in het bos. Dat bleek dan een munitiekistje te zijn met een logboekje. Verf hem roze, plak er een Geocaching sticker op. Wat dan ook, maar voorkom dit bij jouw geocache!
Knijp aan het einde van deze dag even in je arm. Je droom is werkelijkheid geworden. De geocache is KLAAR.
Dag 5
Na vier dagen van bloed zweet en tranen komt dag 5. De dag is aangebroken dat jouw geocache voor het eerst wordt gelopen. En tijd om de volgende fles wijn uit de kast te halen, want het is tijd voor een feestje. Dat feestje begint met het uitnodigen van twee teams. Daar ga je gezellig mee eten en sterke verhalen ophalen. Na drie wijntjes, stuur je ze - licht aangeschoten - op pad. Zelf aanschouw je de show op gepaste afstand en kijkt wat er gebeurt. Dit levert prachtbeelden op, zoals totaal ontredderde geocachers die midden in een park roepen: “Dit is geen driehoek!”
Ontreddering mag, wanneer het maar snel omslaat naar een euforisch gevoel als ze de hint hebben gevonden; anders haken de geocachers af. De cache is dan gewoon niet leuk meer. Om dit te voorkomen houd ik drie dingen in de gaten:
1) Met hoeveel moeite vinden de teams de waypoints? Wanneer de teams ongeoorloofd gaan wroeten in de aarde, pas ik de Belgische oplossing toe. In België markeren ze namelijk het zoekgebied met een klein aluminium strookje op een goed zichtbare plaats. De Belgen gaan pas wroeten wanneer de hint “GC” is gevonden en daarmee heeft de legger van de cache het zoekgebied een stuk kleiner gemaakt.
2) Begrijpen de teams de opdrachten? Zo niet dan pas ik de tekst aan.
3) Vonden de lopers de geocache leuk? Pas wanneer ze ”ja” zeggen, schenk ik weer wijn.
Aan het einde van dag 5, tussen het afruimen van de tafel en het vullen van de wasmachine, meld ik de Geocache aan bij Geocaching.com. Met een glimlach, want de eerste lovende kritieken zijn al binnen.
En de oplettende lezer weet waarom. ;-)
Onderhoud
Na dag vijf is de geocache gelegd en aangemeld. Misschien zijn zelfs de eerste logjes al binnen. Maar dat betekent niet dat je klaar bent. Veel mensen vergeten namelijk dat een geocache ook onderhoud vergt en daarom breng ik dat nu onder de aandacht. Want hoe meer je gebruik maakt van voorwerpen in het veld, hoe groter de kans is dat er iets wordt gewijzigd of kapot gaat. En dan moet je alsnog met de Billen Bloot.
Zorg daarom dat je Geocache robuust is. Sla bijvoorbeeld je coördinaten in aluminium. Dat blijft langer goed dan gelamineerd papier. Een post op het forum leert wie in jouw buurt slagletters en –cijfers heeft.
Gebruik bijvoorbeeld ook geen straatnaamborden of reclameborden. Een shoarma tent is zó failliet en de nieuwe eigenaar bestelt tóch een nieuwe lichtbak. (Hè, Vinnie1?) Maar ook grenspalen zijn niet voor eeuwig. (Hè, Geowolf?)
Kortom, denk vanaf dag 1 na over het onderhoud. Want de laatste dagen zijn de minst leuke dagen. Voorkom ze, waar je kunt.
Over Rode Wijn en Blote Billen
Tijdens het leggen van een geocache moet je plezier maken; moet je genieten van de rode wijn en de cache maken die jij leuk vindt. Want als je dat doet, dan straalt dat ook van de cache af. “Kijk,” zeggen ze dan:” die heeft lol gehad tijdens het leggen, DAT is te zien”.
Daarnaast moet je er als legger van een Geocache rekening mee houden dat Geocachers een nerveus volkje is, dat snel gaat twijfelen wanneer iets niet duidelijk is. Een naar gevoel dat ik het “Blote Billen”-gevoel heb gedoopt. Legger, voorkom dit gevoel te allen tijde! Want geocachen met je broek op je knieën, dat loopt niet lekker.
Daarom ook het advies:
Denk na over Rode Wijn en Blote Billen
Dat geeft een geocache die wij graag willen.
Groet,
Vinnie1