Eend voor eend

Tijdens de afgelopen wintermaanden heeft de natuur het niet altijd gemakkelijk gehad. Met name aan open water gebonden diersoorten hadden het lastig. De uitgestrekte ijsvlaktes maakten het ook eenden moeilijk geschikte plekken te vinden om bijvoorbeeld onder water naar voedsel te zoeken. Noodgedwongen hebben zij ‘de vleugels genomen’ en elders open water gevonden. Veel eenden zijn zuidwaarts getrokken om daar andere overwinteringgebieden te zoeken. Andere vlogen naar de kust om de afgelopen ‘ijstijd’ af te wachten. Inmiddels is het meeste ijs verdwenen en keren de eenden terug. Tijdens het cachen kan er volop van worden genoten. En … er valt veel te genieten, want in ons land komen juist in deze tijd van het jaar heel wat soorten eenden voor.

Eenden

wilde eend

Officieel horen ook zwanen en ganzen bij de eenden. Toch denken wij helemaal niet aan deze beide vogelgroepen als we over eenden praten. Als we het over eenden hebben, denken we in de eerste plaats aan de vogels die enigszins lijken op de wilde eenden in het park; de vogels die we zo goed denken te kennen van het eendjes voeren. Nemen we meer tijd voor het kijken naar eenden, ontdekken we vroeg of laat dat er heel wat verschillende soorten zijn.

Zwemeenden en duikeenden

Je kunt de eenden verdelen in een aantal groepen. De bekendste groep is die van de zwemeenden. Daarbij hoort o.a. de wilde eend. Deze eenden duiken vrijwel nooit onder water als ze naar voedsel zoeken. Ze verdwijnen wel eens helemaal onder het wateroppervlak, maar dat gebeurt meestal als ze uitgebreid een bad nemen. Zwemeenden zoeken wel voedsel onder water, maar doen dat door op hun kop in het water te staan. Ze zijn dan aan het grondelen. Terwijl het achterlijf boven water uitsteekt, zoekt de eend met z’n kop onder water naar waterplanten en – diertjes. Zwemeenden zoeken ook voedsel op de oever. Terwijl ze dat doen heeft het lichaam een vrijwel horizontale houding.

Duikeenden zijn heel anders dan zwemeenden. Zij zoeken nooit voedsel op het land. Als ze wel eens op de oever staan, bijvoorbeeld om uit te rusten, valt het op dat hun poten ver naar achteren zijn geplaatst. De lichaamshouding lijkt wat op de houding van een pinguïn, want het lijf staat behoorlijk verticaal. Duikeenden staan bijna ‘rechtop’. Dat is niet voor niets. Duikeenden duiken onder water als ze naar voedsel zoeken. Dat hun poten zo ver naar achteren zijn geplaatst, maakt het duiken heel gemakkelijk. De poten hebben dan alle ruimte om flink vaart te zetten. Voor visetende eendensoorten is dat zelfs van levensbelang.

Als eenden opvliegen is meestal in één oogopslag te zien of het zwem- of duikeenden zijn. Zwemeenden kunnen direct vanaf het water de lucht in. Duikeenden nemen altijd eerst een flinke aanloop.


nonnetje

Zaagbekken

De zaagbekken vormen een eigen groep eenden binnen de duikeenden. In ons land zijn het vooral wintergasten, die bij ons de winter doorbrengen. Zaagbekken hebben een uiterst dunnen snavel vol ‘tandjes’. Hiermee zijn ze in staat om vis te vangen. Zaagbekken zijn pure viseters. Twee soorten zaagbekken, het nonnetje en de grote zaagbek, kun je zien tot ver in het binnenland. De derde soort, de middelste zaagbek, zie je vooral langs de kust en in zeehavens.

middelste zaagbek

Mag ik even voorstellen?

Het gaat te ver om in deze Spoiler alle eendensoorten voor te stellen die in onze wateren zijn te zien. Dat is eigenlijk ook onmogelijk, omdat er nogal wat escapes rondvliegen. Dat zijn vogels, die uit gevangenschap zijn ontsnapt en die zich redelijk goed in Nederland weten te handhaven. De kans om onderstaande eenden te zien is behoorlijk groot als je tijdens het cachen in een gebied bent met een grote watervlakte.

Smient

Wordt ook wel fluiteend genoemd, vanwege het fluitende geluid dat de eend maakt. Het mannetje is te herkennen aan een geel voorhoofd. Smienten grazen graag in groepen op de oever.

smient

 

Wintertaling

Onze kleinste zwemeend is te herkennen aan de groene oogstreep van het mannetje. Op afstand herken je deze eens aan de witte zijstreep in combinatie met een wit driehoekje vlakbij de staart.

wintertaling

Slobeend

In Duitsland heet deze eend Löffelente of ook wel lepeleend. De snavel van deze zwemeend is erg groot. Slobeenden slobberen voedsel uit het oppervlaktewater. Je herkent de woerd van deze eend ook aan de groene kop en de brede oranje zijstreep.

slobeend

Bergeend

Bij bergeenden hebben beide geslachten dezelfde kleuren. Een schutkleur voor tiijdens het broeden, wat bij de meeste andere eenden zo belangrijk is, heeft deze zwemeend niet nodig. Bergeenden broeden in konijnenholen. Het mannetje heeft een knobbel op de rode snavel.

bergeend

Kuifeend

Deze duikeend is duidelijk herkenbaar aan de omhoog staande kopveren: de kuif. Het vrouwtje is helemaal donker. De woerd heeft witte flanken. Kuifeenden duiken vooral naar driehoeksmosselen en andere waterdiertjes.

kuifeend

Eider

Eidereenden vind je vooral langs de kust. De krachtige snavel is geschikt voor het kraken van schelpdieren, zoals mosselen. Jonge eidereenden van verschillende broedparen groeien samen op in groepen, verzorgd door enkele volwassen vrouwtjes.

eider


Enthousiast geworden over al die eendensoorten? Neem dan tijdens het cachen eens een vogelgids mee en ga er eens lekker bij zitten. Nog een verrekijker erbij en er gaat een eendenwereld voor je open. Op hoeveel soorten eenden kom je uiteindelijk? Veel plezier.